Stichting Humanitas

 

Humanitas jeugdhulpverlening en opvoedingsondersteuning

home visie & missie contact FAQ klachten reglement   jaarverslag

   vacatures

links

   adresgegevens
www.stichtinghumanitas.nl Home · Werksoorten

 

Home-Start

Jouw Projekt

Nieuwe Perspectieven

Pak je kans

RAPteam

 

Humanitas Jeugdhulpverlening

Home-Start

Home-Start is een programma dat door middel van vrijwilligers ondersteuning, praktische hulp en vriendschap biedt aan ouders met jonge kinderen tot en met 6 jaar. De gezinnen geven zélf aan op welke gebieden zij meer steun wensen: hun vragen staan centraal. Home-Start wil met het programma het zelfvertrouwen van ouders vergroten en hun sociale relaties versterken. Home-Start wordt in meer dan 55 gemeenten aangeboden, waaronder in Rotterdam.

Home-Start is in 1973 ontstaan in Engeland als aanvulling op de professionele hulp- en dienstverlening. Home-Start is een voorbeeld van een grass root programma. Het programma richt zich op gezinnen met ten minste één kind onder de zes jaar, omdat men ervan uitgaat dat goed verlopende eerste levensjaren problemen in een latere levensfase voorkomen.
Een grass root programma is opgezet door sociaal bewogen burgers in nauw overleg met de doelgroep. Zo werd Home-Start opgezet door een vrijwilligster van een buurtcentrum die als ‘vriendin’ over de vloer kwam bij gezinnen die een moeilijke tijd doormaakten. Soms wordt een grass root programma opgezet door de doelgroep zelf.

Doelstelling
De doelstelling van Home-Start is voorkomen dat alledaagse problemen uitgroeien tot ernstige en langdurige problemen. Home-Start werkt met vrijwilligers. Zij stimuleren ouders hun kracht te (her)vinden om moeilijke situaties het hoofd te bieden, waardoor zij weer greep kunnen krijgen op hun leven. Het vergroten van het zelfvertrouwen bij de ouders is een belangrijk doel. Ook worden gezinnen ondersteund bij het versterken van hun sociale relaties en aangemoedigd om efficiënt gebruik te maken van beschikbare diensten, voorzieningen en regelingen.

Doelgroep
Elk gezin maakt wel eens een periode door waarin het niet zo goed gaat: overbelasting door ziekte, moeilijkheden met kinderen, weinig sociale contacten, problemen op het werk, gebrek aan geld of spanningen tussen partners. Meestal kunnen gezinnen zulke problemen zelf oplossen, zeker als ze een tijdelijk karakter hebben. Maar soms hebben gezinnen meer dan anders behoefte aan een luisterend oor of aan een helpende hand bij het oplossen van praktische (opvoed)problemen. Dit zal vaker het geval zijn naarmate gezinnen minder kunnen terugvallen op een sociaal netwerk. Home-Start ondersteunt deze gezinnen.

Werkwijze
Home-Start is een vorm van opvoedondersteuning die vanaf 1993 in Nederland is ontwikkeld en uitgevoerd. De methodiek van Home-Start richt zich niet op de kinderen in een gezin, maar op de ouders. De gezinnen worden bezocht door vrijwilligers die zelf ervaring hebben met het opvoeden van kinderen. De frequentie van de huisbezoeken is afhankelijk van de behoeften van het gezin en de mogelijkheden van de vrijwilliger. De vrijwilligers worden begeleid en ondersteund door coördinatoren.

De filosofie achter Home-Start kenmerkt zich door vier belangrijke uitgangspunten.

Vraaggericht
De vraag van het gezin staat centraal. Een vrijwilliger zal dus geen zaken van de ouders overnemen, maar het initiatief geheel bij hen laten. Hij/zij blijft als het ware ‘op de handen zitten’.

Tijd en aandacht
Home-Start is 'het luisterend oor': de vrijwilliger heeft alle tijd om te luisteren, een steuntje in de rug te geven en er regelmatig te zijn. Alleen op die manier kunnen vrijwilliger en ouder een vertrouwensrelatie opbouwen.

Empowerment
Home-Start benadrukt het vermogen van ouders om zelf problemen op te lossen. Niet datgene wat misloopt en waarover ouders zich onzeker of machteloos voelen, maar de dingen die wél goed gaan, staan centraal.

Gelijkwaardigheid en vertrouwen
De contacten tussen ouder en vrijwilliger vinden plaats op basis van gelijkwaardigheid en vertrouwen. De ouder heeft volop ruimte voor eigen inbreng en vindt oplossingen samen met de vrijwilliger.

Aanmelding
Verwijzers kunnen ouders attenderen op de mogelijkheid van ondersteuning door Home-Start, maar gezinnen moeten zich zélf aanmelden: steeds vormt de vraag van de ouder de basis voor ondersteuning. In een kennismakingsgesprek bij een gezin thuis zal een Home-Start coördinator bespreken wat Home-Start precies kan betekenen. Ouder en coördinator onderzoeken samen of de vraag van de ouder past bij Home-Start en of een vrijwilliger beschikbaar is en aan deze vraag kan voldoen. Vervolgens wordt een vrijwilliger aan het gezin voorgesteld.

Koppeling en begeleiding
Wanneer het gezin en de vrijwilliger na de kennismaking met elkaar in zee willen gaan, zorgt de coördinator voor een goede afstemming van de vraag van het gezin en het aanbod van de vrijwilliger. Vervolgens maakt de vrijwillig(st)er wekelijks een afspraak met de ouder en start de daadwerkelijke ondersteuning. Na enkele weken checkt de coördinator bij beiden of de ondersteuning naar wens verloopt. Wanneer er specifieke vragen zijn kunnen zowel de vrijwilligster als het gezin dit met de coördinator bespreken.

Ondersteuning, vriendschap en praktische hulp
De vrijwilliger bezoekt het gezin in principe een dagdeel in de week. Zijn of haar eigen ervaringen en competenties en de Home-Start begeleiding vormen een belangrijke bron van ‘ondersteuningsmateriaal.’ De manier waarop de ondersteuning plaatsvindt is niet gestandaardiseerd. Toch hanteert Home-Start een aantal principes als richtlijn voor het werk van de vrijwilliger.
De vrijwilliger:

• biedt ondersteuning, vriendschap en praktische hulp; bezoekt gezinnen in hun eigen huis, waarbij de waardigheid en identiteit van ieder individu gerespecteerd en beschermd wordt;

• maakt aan ouders duidelijk dat het niet ongewoon is als er moeilijkheden zijn bij het opvoeden en grootbrengen van kinderen en benadrukt wat (nog) goed gaat;

• bouwt met een gezin een relatie op waarin er begrip en tijd is voor elkaar;

• versterkt de krachten van ouders en het emotionele welzijn van hun kinderen;

• moedigt gezinnen aan hun sociale netwerken te verbreden en efficiënt gebruik te maken van de aanwezige ondersteuningsstructuren, diensten en regelingen.

Tussentijdse evaluatie en afstemming
Na de eerste drie maanden bezoekt de coördinator het gezin voor een tussentijdse evaluatie. Hierin wordt de vraag van de ouder aan Home-Start geëvalueerd en eventueel bijgesteld. Ook komt het verloop van de ondersteuning aan de orde en de tevredenheid van de ouder en het gezin. Na drie tot zes maanden, afhankelijk van het gezin, wordt deze tussentijdse evaluatie herhaald. Na dit gesprek worden de bevindingen door de coördinator afgestemd met de vrijwilliger en vraag en aanbod bijgesteld.

Afsluiting De gemiddelde ondersteuningsduur is elf maanden. De ondersteuning wordt afgebouwd wanneer de ouders aangeven dat zij weer op eigen kracht verder willen. Dit afbouwen vindt plaats in goed overleg tussen de ouder en de vrijwilliger en in afstemming met de coördinator. Voor de afsluiting bezoekt de coördinator opnieuw het gezin voor de eindevaluatie. Deze eindevaluatie wordt door de coördinator met de vrijwilliger besproken in een begeleidingsgesprek.

Praktische hulp, ondersteuning en vriendschap De ouders en vrijwilliger kunnen samen ontdekken wat ‘praktische hulp’ voor hen inhoudt en hoe de ouder gebruik kan maken van de ervaring van de vrijwilliger. Soms is even meelopen naar de apotheek of huisarts al een hele steun. Of het samen spelen met de kinderen, het samen opruimen van speelgoed, het ordenen van de was of schuur.
Vriendschap komt tot uiting in de gelijkwaardige relatie tussen vrijwilliger en ouder. De ouder wordt nadrukkelijk niet als cliënt gezien, de vrijwilliger vervult voor hem of haar de rol van een vriend(in) of goede buurvrouw. Ondersteuning betekent in de praktijk vooral het luisteren naar de ouder, het geven van bemoedigende steun, het vertellen en herkennen van eigen ervaringen in het opvoeden of in relaties, het bevestigen dat opvoeden niet altijd eenvoudig is maar ook bijvoorbeeld het bieden van plezier en afleiding.

RAPteam

Opvoeden verloopt niet in ieder gezin op dezelfde manier. Sommige gezinnen hebben door een combinatie van factoren zoveel problemen, dat de opvoeding van de kinderen in het gedrang komt en dat ingrijpen nodig is.
Aan kinderen of jongeren kan, zelfs als het thuis erg moeilijk is, in hun eigen omgeving hulp geboden worden. Stap voor stap wordt gewerkt aan het herstellen van een opvoedingssituatie waarin de ouders en kinderen weer samen verder kunnen.
In Rotterdam wordt die hulp ‘thuis’ gegeven door o.a het Rotterdamse Ambulant Pedagogisch (RAP) team. Het RAP- Team is een samenwerkingsverband tussen Stichting Prokino en Stichting Humanitas.

Doelstelling
Het doel is kinderen/jongeren en hun ouders/verzorgers te helpen om zelf hun problemen op te lossen. Hierdoor wordt de situatie in het gezin zodanig hersteld dat de kinderen daar op een goede manier kunnen opgroeien en zich kunnen ontwikkelen. Het RAP- Team kan ook ingezet worden na uithuisplaatsing om de terugkeer naar huis te versnellen

Doelgroep
De hulpverleners van het RAP- Team bieden pedagogische gezinsbegeleiding aan kinderen/jongeren van 0 tot 18 jaar en hun ouders/ opvoeders die een indicatie hebben van Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam.
Het indicatiebesluit wordt opgesteld door Bureau Jeugdzorg in overleg met de cliënt. Daarin staat onder meer wat het probleem is en welke (jeugd-) zorg nodig is.

Waar problemen in de opvoeding door ontstaan, is niet altijd duidelijk. Er zijn risico’s aan te wijzen die het leven lastiger maken en waardoor de opvoeding van het goede spoor kan raken. Dat kan te maken hebben met het kind zelf, met de ouders en/ of met de omgeving. Zijn er kindgebonden problemen, hebben de ouders moeilijkheden, is de omgeving niet prettig door bijvoorbeeld een kleine woning, zijn er schulden, dan kan een opeenstapeling van dergelijke factoren tot problemen in de ontwikkeling van kinderen leiden. Maar het hoeft niet.
Is een kind bijvoorbeeld veerkrachtig en intelligent, is er een sterke band tussen de gezinsleden en is er voldoende sociale ondersteuning, dan kunnen risico’s beperkt worden. Zeker de steun van mensen uit de omgeving van het gezin kan helpen om problemen in de opvoeding en ontwikkeling van kinderen en jongeren op te lossen. Het RAP- Team besteedt dan ook veel aandacht aan het sociale netwerk rondom het gezin.

Het RAP- Team kan geen hulp bieden wanneer er sprake is van een verstandelijke handicap, ernstige verslavingsproblematiek, een duidelijke psychiatrisch probleem, zeer agressief en/ of crimineel gedrag.

Doorverwijzing naar het RAP- Team

• Wanneer Bureau Jeugdzorg in overleg met de cliënt het indicatiebesluit heeft vastgesteld en duidelijk is dat het RAP- Team de gewenste zorg kan leveren, wordt de cliënt aangemeld.

• De hulpverlener van het RAP- Team maakt een afspraak met het gezin en Bureau Jeugdzorg voor een intakegesprek. Dat vindt plaats op het kantoor van het RAP- Team of bij de cliënt thuis. De hulpverlener krijgt informatie over de problematiek en de cliënt en ouders/ opvoeders krijgen informatie over de werkzaamheden van het RAP- Team en de rechten en plichten van de cliënt. De cliënt moet binnen een week besluiten of hij gebruik maakt van het aanbod van het RAP- Team.

Werkwijze Het RAP- Team biedt een intensieve hulpverlening in de eigen leefomgeving van het gezin en het kind of de jongere. De vraag en behoefte van de cliënten bepalen hoe de hulpverlening er uit ziet. Het belang van het kind of de jongere staat altijd centraal.

Het RAP- Team biedt het gezin informatie of hulp om de informatie zelf te vinden, emotionele steun en steun bij praktische zaken. Daarnaast brengt de hulpverlener het opbouw of herstellen van een sociaal netwerk op gang. Rondom het gezin bieden familie, vrienden en buurtbewoners, maar ook huisartsen en leerkrachten sociale steun.

De hulpverlening is erop gericht de kansen en mogelijkheden die het gezin heeft, te versterken en te benutten. Dat stelt het gezin en de gezinsleden in staat zelf hun eigen problemen op te lossen.
In de aanpak werkt het RAP- Team samen met andere hulpverleners en coördineert mede al het hulpverleneraanbod rond het gezin.

Als de cliënt gebruikt maakt van het aanbod, wordt zo snel mogelijk, in ieder geval binnen zes weken, het hulpverleningsplan opgesteld. Het hulpverleningsplan is er op gericht het gezin zelf weer greep op het eigen functioneren te geven. De hulpverlener schrijft het plan samen met het gezin. Het gezin geeft aan wat de problemen zijn waar aan gewerkt moet worden en samen met de hulpverlener wordt gekeken op welke manier.

Naast het opstellen van het hulpverleningsplan start de begeleiding. Er wordt gewerkt aan de concrete doelen die het gezin of de gezinsleden zelf naar voren hebben gebracht. Per doel wordt aangegeven op welke termijn dit behaald moet zijn: binnen enkele dagen tot een paar maanden. De hulpverlener helpt bij het formuleren van de doelen. Ook helpt het gezin de volgorde van belangrijkheid in de doelen aan te brengen.

Voorbeelden van doelen zijn:

• (beide) ouders hanteren dezelfde regels en zijn consequent in het toepassen van deze regels( straffen/ belonen)

• het kind kan met de ouders onderhandelen als hij/ zij het niet eens is met een bepaalde regel

• het kind houdt zich aan de regels en afspraken

• moeder weet duidelijke structuur en regels in het gezin toe te passen en is hierin consequent

• het kind heeft binnen een maand iemand gevonden die hem/ haar kan ondersteunen bij het maken van huiswerk

• het kind weet om te gaan met zijn/ haar gevoelens over de echtscheiding van zijn/ haar ouders

• vader heeft handvatten/ vaardigheden om met boosheid van zijn kind om te gaan.

• Het kind gaat naar school

• Kind en ouders kunnen net elkaar praten zonder schelden en stemheffing

• Om te beoordelen of het plan werkt, worden tijdens de uitvoering regelmatig rapportages gemaakt om te kijken of de gewenste doelen behaald worden en er resultaten zijn. De inbreng van de hulpverlener wordt steeds beperkter, het gezin gaat het meer en meer zelf doen.

• Als de doelen bereikt zijn, beëindigd het RAP- Team de hulpverlening. In het eindrapport staat een samenvatting van de problematiek, de doelen van de zorg, de wijze van uitvoering en de bereikte resultaten.

• In een afsluitend gesprek bespreken hulpverlener, gezin en Bureau Jeugdzorg het eindrapport en wordt in overleg vastgesteld of de zorg wordt gestopt of dat vervolghulp nodig is.

De hulpverlening kan ook stoppen als de beoogde doelen niet bereikt zijn en daar ook geen zicht op is, bijvoorbeeld als de veiligheid van het kind of van de hulpverlener in het geding is, als Bureau Jeugdzorg de hulp beëindigt, als het gezin de hulpverlening door het RAP- Team beëindigt of als er praktische redenen zijn ( bijvoorbeeld verhuizing naar een andere plaats) om de hulpverlening te beëindigen. In dat geval wordt samen met de cliënt en de verwijzer besproken wat de beste oplossing is.

Nieuwe Perspectieven

Nieuwe PerspectievenNieuwe Perspectieven Rotterdam (NPR) is een door de GGD sector jeugd opgezet programma en biedt een beproefde methodiek om te voorkomen dat jongeren met risicogedrag afglijden naar een criminele carrière. Nieuwe Perspectieven beweegt zich op het snijvlak van jeugdhulpverlening, veiligheid en criminaliteitspreventie.
Uitgangspunt bij de projecten is dat jongeren zonder perspectief het beste geholpen kunnen worden door ze in hun vertrouwde omgeving op te zoeken en daar nieuwe kansen te bieden.
De zeer intensieve begeleiding is gericht op toeleiding naar school en werk en op herstel van sociale contacten in gezin en omgeving.

In Rotterdam wordt Nieuwe Perspectieven door Humanitas uitgevoerd in de deelgemeenten Delfshaven en Noord. Het team Nieuwe Perspectieven Noord begeleidt ook cliënten uit Kralingen-Crooswijk.

Doelstelling
Het doel van Nieuwe Perspectieven is te voorkomen dat jongeren afglijden naar de criminaliteit door te zorgen voor nieuw maatschappelijk perspectief. Nieuwe Perspectieven motiveert de jongere om zelf, met begeleiding, zijn of haar kansen voor de toekomst te creëren.

De begeleiding van Nieuwe Perspectieven werkt toe naar concrete resultaten:

--- geen politiecontacten meer;

--- een dagbesteding in de vorm van scholing, werk of een combinatie daarvan;

--- een sociaal netwerk door herstel van contacten met familie, vrienden en relaties;

--- degelijke huisvesting;

--- goede gezondheid;

--- zinvolle vrijetijdsbesteding;

--- voldoende financiële middelen om van te leven.

 

Nieuwe Perspectieven

 

Doelgroep
Nieuwe Perspectieven is bedoeld voor jongeren tussen de 12 en 24 jaar die meerdere problemen hebben, crimineel gedrag (dreigen te) vertonen en/of bekend zijn bij de politie. De jongeren lopen vast op school of op het werk, thuis en op straat. Bij meisjes kan er een risicosituatie zijn door misbruik of contacten met loverboys. Er wordt onderscheid gemaakt in risico- en maatregelgroep jongeren.

Risicojongeren spijbelen veel, hebben geen goed contact met hun directe omgeving en familie. Sommigen plegen kleine delicten, experimenteren met drugs, waardoor zij in aanraking komen met de politie en hen in conflict brengt met thuis. Ze zwerven vaak tot s’avonds laat op straat en vormen de basis voor straatgroepen. Bij maatregeljongeren gaat het om jongeren die niet meer naar school gaan, niet meer streven naar een maatschappelijke carrière en die hun inkomen verwerven door roof en inbraak. Ze komen regelmatig in aanraking met de politie.

Werkwijze
Nieuwe perspectieven is ontwikkeld door Bureau Instap en wordt in een groot aantal gemeenten uitgevoerd, waaronder in Rotterdam. Nieuwe Perspectieven biedt kortdurende, intensieve en ´outreachende´ hulpverlening. De trajectduur is gemiddeld een half jaar. Kenmerken hulpverlening:

--- De teammedewerker stapt in de wereld van de jongere, maakt kennis met familie en vrienden, leert tevens zijn/haar kwaliteiten en tekortkomingen kennen en probeert in samenspraak met hem/haar doelen te bepalen en eventuele problemen op te lossen.

--- Met de aanmelder en de cliënt wordt in de motivatie en intakefase de situatie van de cliënt goed in kaart gebracht en gescreend om te zorgen dat de desbetreffende cliënt het aanbod krijgt dat het beste aansluit bij zijn of haar problematiek. De analyse van de cliëntsituatie richt zich op alle leefgebieden van de jongere zoals school, vrije tijd, huisvesting, financiën, familie en relaties.

--- In het hulpverleningstraject wordt gewerkt aan drie of meer deeltrajecten, waarbij de doelstellingen van de jongere zelf richtinggevend zijn. Er wordt een actieplan opgesteld waarin de stappen staan die de jongere moet nemen om het komende jaar realistische doelen te bereiken. De doelstellingen van de interventie worden in een contract vastgelegd. Uitgangspunt in het hulpverleningstraject is dat de jongeren wordt geleerd zelfstandig de eigen problemen op te lossen. De hulpverlening richt zich op versterking van de competenties van de cliënt(en) en op vergroting van sociale en professionele steun.

--- Bij de afsluiting van het traject dienen in principe de doelen uit het contract gerealiseerd te zijn. Bij succesvolle afsluiting vindt overdracht plaats aan één of twee belangrijke personen (VIP’s: Very Important Persons) uit de sociale omgeving van de jongere of van één van de betrokken instellingen. Wanneer nog verdere hulpverlening nodig is, wordt de jongere doorverwezen en ‘warm’ overgedragen naar de juiste instantie.

--- Na de intensieve fase van het traject volgt een fase van 12 weken waarin de jongere met steun van een aantal sleutelfiguren uit zijn netwerk aan de slag gaat met de afgesproken activiteiten. Nieuwe Perspectieven is in deze fase betrokken in de rol van procesbewaker. De hulpverlener volgt de voortgang, signaleert problemen, verbindt oplossingsrichtingen, stimuleert de jongere en diens omgeving en koppelt terug naar ketenpartners en ondersteunend netwerk en roept hen – indien nodig – opnieuw bij elkaar. Aan het eind van de nazorgfase roept de Nieuwe Perspectieven de jongere en diens sleutelfiguren opnieuw bij elkaar voor een afsluitende netwerkbijeenkomst.

Bekijk of download hier de flyer van Nieuwe Perspectieven Rotterdam (.pdf / 215kb.)

Pak je Kans

Pak je kansPak Je Kans biedt snelle kortdurende ambulante hulp aan jongeren die in aanraking komen met de politie. Pak Je Kans is een gezamenlijk initiatief van de politie en enkele hulpverleningsorganisaties in de stadsregio Rotterdam. De politie krijgt met grote regelmaat te maken met kinderen en jongeren met zorgwekkend signaalgedrag, die problemen ondervinden of veroorzaken. Bij Pak Je Kans werkt de hulpverlener op het politiebureau, zodat binnen 48 uur contact gelegd kan worden met deze jeugdigen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat zulk vroegtijdig, snel en consequent reageren op signaalgedrag effectief is en verergering van problemen kan voorkomen.

Humanitas is verantwoordelijk voor de uitvoering in de politiedistricten Oost, West en Centrum. Dit omvat de (deel)gemeenten: Overschie, Delfshaven, Centrumgebied, Kralingen-Crooswijk, Alexander. Capelle a/d IJssel en Krimpen a/d IJssel maken ook deel uit van district Oost. Stichting Kwadraad is hier verantwoordelijk voor de uitvoering. De maatschappelijk werkers van Humanitas en Kwadraad vormen één team.

De uitvoering van Pak Je Kans valt onder verantwoordelijkheid van een stuurgroep. In de Stuurgroep Pak Je Kans zijn vertegenwoordigd: Gemeente Rotterdam, Flexusjeugdplein, Humanitas, Politie Rotterdam Rijnmond en het Openbaar Ministerie. Er is tussen deze partijen commitment over de ontwikkeling van Pak je Kans tot een uniform programma binnen de Stadsregio Rotterdam. De onder verantwoordelijkheid van de stuurgroep Pak je Kans ontwikkelde methodieken, werkwijze en procedures voor Pak je Kans vormen het uitgangspunt voor de hulpverlening. Het programma Pak je Kans wordt sinds 1997 in de stadsregio Rotterdam uitgevoerd.

Doelstelling
Pak Je Kans heeft als doel te voorkomen dat jeugdigen afglijden in crimineel gedrag of dat problemen verergeren. Dit gebeurt door middel van vroegtijdige signalering van probleemgedrag en risico's van jeugdigen door de politie, waarop snel een interventie van Pak Je Kans plaatsvindt. De hulpverlening c.q. werkwijze van Pak Je Kans is het best te typeren als zeer vroegtijdige ‘lik-op-stuk’ hulpverlening die snel van start gaat en kortdurend is. Zo wordt de hulpverlening binnen enkele werkdagen opgestart en is de duur van de begeleiding maximaal 13 weken.

Doelgroep
Pak Je Kans is bedoeld voor kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar die thuis, op straat, op school en/of op hun werk zorgwekkend signaalgedrag laten zien en problemen ondervinden of veroorzaken.

De problematiek die aanleiding is voor aanmelding bij Pak Je Kans, is te verdelen in vier groepen, namelijk: signaalgedrag: bijvoorbeeld een groepje jochies gooit prullenbakken om, een groepje pubers intimideert voorbijgangers of kleine kinderen hangen 's avonds laat nog op straat rond, (lichte) strafbare feiten: als een jongere een strafbaar feit pleegt, een zogenaamde haltwaardig delict, is een aanmelding bij Pak Je Kans toegestaan, huiselijk geweld: wanneer er sprake is van huiselijk geweld biedt Pak Je Kans een laagdrempelig en outreachend contact, waarbinnen mensen gemotiveerd kunnen worden voor hulp. Pak Je Kans is dan een schakel naar andere hulpverleners en slachtoffers: Pak Je Kans richt zich op het vergroten van de weerbaarheid van jeugdigen, bijvoorbeeld van kinderen die gepest of seksueel geïntimideerd worden. Door het aanbieden van hulp kan wellicht voorkomen worden dat een slachtoffer dader wordt (een gepeste pester).

Pak Je Kans kent het volgende aanbod:

1. --- Screening van de aangemelde jongere om te onderzoeken wat de oorzaken zijn van het signaalgedrag. Uit de screening moet blijken of en welk hulpaanbod nodig is.

2. --- Hulpverleningstrajecten.

3. --- De Pak Je Kans medewerker kan ook optreden als makelaar waarbij hulp door derden wordt georganiseerd of hulp door verschillende organisaties op elkaar wordt afgestemd. De Pak Je Kans medewerker zorgt dan dat de gewenste hulp op gang komt en motiveert de cliënten de hulp te accepteren.

4. --- Naast hulpverlening biedt de Pak Je Kans medewerker ook consultatie en deskundigheidsbevordering aan politieagenten.

Werkwijze
Bij Pak Je Kans wordt nauw samengewerkt tussen de politie en de – binnen de politieorganisatie werkende – hulpverleners van Pak Je Kans. Binnen het politiedistrict valt Pak Je Kans onder de directe verantwoordelijkheid van de jeugdcoördinator van de politie.

Indien een politieagent in zijn werk kinderen of jongeren signaleert die in de knel zitten, bekijkt hij of ze in aanmerking kunnen komen voor Pak Je Kans. De agent bespreekt met de ouders en het kind/de jongere het aanbod van Pak Je Kans. Wanneer ouders van het aanbod gebruik willen maken, meldt de politieagent het kind aan bij Pak Je Kans.

De werkwijze is ´outreachend´. De hulpverlener zoekt het kind/de jongere en het gezin in zijn eigen omgeving op. Soms zal de hulp pas op gang gebracht kunnen worden na een periode van “presentie†waarin het vertrouwen tussen de cliënt en de hulpverlener is opgebouwd. Indien een kind/jongere al bekend is binnen de jeugdzorg wordt het aanbod van Pak Je Kans afgestemd op de al in het gezin aanwezige hulpverlener. Wanneer de situatie dit vereist kan tevens door de politie direct een melding bij de Raad voor de Kinderbescherming gedaan worden. Het verloop van de hulpverlening wordt door de Pak Je Kans medewerker teruggekoppeld met de jeugdcoördinator van de politie en de politieagent die de cliënt heeft aangemeld.

Jouw Projekt

Jouw ProjektJouw Projekt biedt hulp aan jongeren en gezinnen met meervoudige – complexe – problematiek, veelal behorend tot etnische minderheidsgroepen. Kenmerkend voor de aanpak is de systeemgerichte, outreachende werkwijze waarbij rekening wordt gehouden met de culturele identiteit van de cliënt. Jouw Projekt is onderdeel van de afdeling Jeugdhulpverlening van Stichting Humanitas.

Doelstelling
Doel van Jouw Projekt is het maatschappelijk perspectief van jongeren en hun ouders/opvoeders te verbeteren door de competentie en het oplossend vermogen van de cliënt(en) te vergroten. In de hulpverleningstrajecten worden de volgende zorgresultaten nagestreefd:

• de jongere wordt zich bewust van zijn mogelijkheden en leert vaardigheden om problemen zelf op te lossen;

• gedragsverandering van gezinsleden;

• versterking van de regie binnen het gezin en de uitoefening van gezinstaken;

• terugdringen of voorkomen van problemen op school, schoolverzuim en/of schooluitval;

• terugdringen of voorkomen van psychosociale problemen;

• terugdringen of voorkomen van anti-sociaal en/of crimineel gedrag;

• bevorderen van zinvolle vrije tijdsbesteding;

• bevorderen van de integratie in de Nederlandse samenleving;

• het wegnemen van belemmeringen die toetreding tot de arbeidsmarkt bemoeilijken.

Doelgroep
Jouw Projekt is bedoeld voor jeugdigen van 0 tot 18 jaar en hun ouders/opvoeders en jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 24 jaar, woonachtig binnen de gemeente Rotterdam. Jouw Projekt biedt hulp in het vrij toegankelijk lokaal kader.
De cliënten hebben te maken met meervoudige – complexe – problematiek, en behoren veelal tot een etnische minderheidsgroep.

Jouw Projekt kent het volgende aanbod:

1. --- Trajecten gezinsbegeleiding. De hulpverlening richt zich op het gehele gezinssysteem als de kern van de problematiek ligt in het functioneren van het gehele gezin. In het gezin is sprake van meervoudige – complexe – problematiek, met een combinatie van materiële, sociale, emotionele, opvoedkundige en gedragsproblemen.
De hulpverleningstrajecten duren gemiddeld zes tot acht maanden, met een gemiddelde van 4 contacturen per week.

2. --- Coachingstrajecten voor jongeren in de leeftijd van 12 tot 17 jaar en jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 24 jaar (vrij toegankelijk aanbod). Zij ondervinden problemen binnen het gezin, op school, met het vinden van werk, in de omgang met instanties en autoriteiten en/of de omgang met vrienden en het invullen van de vrije tijd.
Een coachingstraject duurt gemiddeld 12 weken met een maximum van 26 weken en bestaat uit minimaal 5 en maximaal 24 contacturen, afhankelijk van de aard en zwaarte van de problematiek.

Naast dit aanbod wordt door Jouw Projekt ook de volgende hulp geboden:

• Op verzoek van Stichting Agogische Zorgcentra Zeeland (AZZ), wordt hulp geboden aan gezinnen in de provincie Zeeland (geïndiceerd aanbod). Het gaat om gezinnen waar cultuur- en taalbarrières de hulpverlening door AZZ belemmeren. De hulpverlening vindt plaats op indicatie van Bureau Jeugdzorg Zeeland.

Werkwijze
Bij Jouw Projekt wordt gewerkt volgens de methode Intensieve Pedagogische Thuishulp (IPT).
Kenmerken van de werkwijze bij zowel de individuele begeleiding van jongeren als bij de gezinsbegeleiding zijn:

• De hulp bestaat uit een combinatie van psychosociale en/of pedagogische begeleiding met praktische ondersteuning. De hulpverleners begeleiden de cliënt(en) (het kind, de jongere en hun ouders/verzorgers) in het zelfstandig oplossen van de eigen problemen en leren hen hiertoe de noodzakelijke vaardigheden aan.

• Stapsgewijs wordt samen met de cliënt(en) de gehele cliëntsituatie in kaart gebracht en worden doelen en prioriteiten bepaald. De hulpverlener evalueert regelmatig samen met de cliënt de voortgang van de gestelde doelen en stelt waar nodig bij. De hulpverleners passen verschillende werkwijzen toe, afhankelijk van de situatie en het daarin gestelde doel.

• In het traject wordt ook aandacht besteed aan de opbouw van een netwerk voor sociale en structurele steun met familie, buren en/of vrienden en relevante instellingen.

• De hulpverlening vindt plaats vanuit een systeemtheoretische benadering en is erop gericht vastgeroeste gedrags- en denkpatronen van de cliënt(en) te veranderen.

• Een cultuurspecifieke benadering: er wordt gewerkt met een multi-etnisch team. De hulpverleners hebben diverse culturele achtergronden, waardoor toegang tot de cliënten soepel verloopt. Voordeel hiervan is dat hulpverleners kunnen worden ingezet die – naast de voertaal Nederlands – dezelfde taal als de cliënt spreken. Van groot belang is ook de kennis van de culturele achtergrond van de cliënt en de daarbinnen geldende waarden, normen en leefregels. In de werkwijze wordt rekening gehouden met de cultuur. Hierbij zijn de maatschappelijk werkers in staat de cliënten een spiegel voor te houden. Dit wordt door cliënten makkelijker geaccepteerd door iemand met dezelfde achtergrond. De hulpverleners zijn door hun eigen maatschappelijke positie in staat een brug te slaan naar de Nederlandse samenleving en de eisen die vanuit die samenleving aan de cliënten worden gesteld. De hulpverleners zijn in die zin een positief rolmodel