<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"><channel><title><![CDATA[Humanitas jeugdhulpverlening en opvoedingsondersteuning]]></title><description><![CDATA[Artikelen]]></description><link>http://www.humanitasjeugdhulpverlening.nl/site/</link><copyright><![CDATA[Copyright Humanitas jeugdhulpverlening en opvoedingsondersteuning]]></copyright><generator>sNews CMS</generator><item><title><![CDATA[Symposium &#039;PakjeKans&#039;]]></title><description><![CDATA[  Nu een boefje, straks een bajesklant?  
    
Over pretentie en preventie bij vroegtijdige interventie
Jan van Gerwen
    
In de Rotterdamse stadsregio is ruime ervaring opgedaan met snelle actie bij het eerste politiecontact van jeugdigen, om te voorkomen dat zij in de criminaliteitsval trappen. Het programma „Pak Je Kans" is één van de programma's, uitgevoerd sinds 1997, waarmee wordt ingezet op vroegtijdige interventie als blijkt dat jeugdigen problemen ondervinden of veroorzaken. Medewerkers van „Pak Je Kans" werken op of vanuit het politiebureau, waardoor snel en krachtdadig kan worden gereageerd op zorgwekkende signalen van de politie op straat. Doel is jeugdigen op het rechte pad te krijgen en problemen te verhelpen om afglijden van kwaad naar erger te voorkomen.
    
Eerder dit jaar organiseerden Politie Rotterdam-Rijnmond, Humanitas en FlexusJeugdplein een symposium, gericht op bestuurders, beleidsmedewerkers en samenwerkingspartners uit de gemeenten in stadsregio Rotterdam, waarop de resultaten van „Pak Je Kans" in 2007 werden gepresenteerd. Het verloop van de discussie, na afloop van de presentatie, maakte duidelijk dat over de effectiviteit van preventie en interventie het laatste woord nog niet is gesproken. De dwingende vraag die de discussie domineerde was: Hoe verhouden goede bedoelingen zich tot hard resultaat?
Kattenkwaad of criminaliteit? - Ongeveer 40% van de jongeren gaat wel eens over de schreef. Doorgaans gaat het om klein vandalisme, luidruchtig rondhangen of ander hinderlijk gedrag op of net over de rand van het strafrecht. Hoe ergerlijk dergelijk gedrag ook kan zijn, er is niet direct reden tot grote zorg. “Egocentrisme en wat verkennend rondhangen horen bij opgroeien,” stelt hoogleraar Jeugdstudies Wim Meeus. “Vanuit ontwikkelingspsychologisch oogpunt bezien zou ik me zorgen maken als ze het niet deden.” (In Giessen, 1999: 124) Onderzoek leert dat het hoge percentage grotendeels verdampt als jongeren rond hun twintigste verkering krijgen of aan het werk gaan. De kleine boefjes van vandaag zijn niet per definitie de grote criminelen van morgen.
    
Tegenover deze geruststellende constatering staat de verontrustende realiteit van materiële en maatschappelijke schade die ook het gevolg is van jeugdcriminaliteit. Een kleine groep, ongeveer 5% van alle criminele jeugdigen, is verantwoordelijk voor ruim de helft van alle strafbare feiten die binnen deze leeftijdscategorie wordt gepleegd (Domburgh e.a., 2004) en voor zo´n 70% van de zeer ernstige delicten als beroving en verkrachting (Loeber e.a., 2001). Het is deze kleine groep die bovendien al op jonge leeftijd de basis legt voor een criminele carrière. Hoe eerder probleemgedrag zich manifesteert, hoe groter de kans op delinquentie, waarbij peer pressure een belangrijke rol speelt. In Rotterdam worden jaarlijks ongeveer 450 jongeren, gemiddeld 15 jaar, in voorlopige hechtenis geplaatst. Zij hebben straatroven, inbraken of zedenmisdrijven gepleegd en zijn, in een enkel geval, verantwoordelijk voor geweldsdelicten als doodslag of moord. De jongeren zijn overwegend in te delen in de categorie jeugdige veelplegers. Slechts een kwart komt voor het eerst met de politie in aanraking (Jakobs & Cornelissens, 2007).
    
De uitvoeringspraktijk - In de Stadsregio Rotterdam wordt het programma „Pak Je Kans" uitgevoerd door de Politie Rotterdam-Rijnmond, FlexusJeugdplein, Stichting Humanitas Thuiszorg en Maatschappelijke Dienstverlening Rotterdam en Stichting Kwadraad. In de Hoeksche Waard wordt het programma uitgevoerd door het Jeugd Preventie Team van Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland Zuid.
    
Jongeren die thuis, op school of met vrienden problemen hebben, willen of durven niet altijd om hulp te vragen. Sommigen gaan op straat rondhangen of komen in aanraking met de politie. De politieagent ziet een jongere die zich opmerkelijk gedraagt en maakt zich zorgen. Hij meldt deze jongere via de jeugdcoördinator van de politie aan bij Pak Je Kans. De hulpverlener van Pak Je Kans maakt een afspraak met de jongere of zijn ouders. Een eerste gesprek wordt thuis, op het politiebureau of op het kantoor van de hulpverlener gehouden. Samen wordt gekeken hoe het gaat op school, thuis of op het werk, en wat de jongere doet in zijn vrije tijd. Wat gaat er goed, wat gaat er niet goed? Waar is hulp bij nodig? Na dit eerste gesprek gaat de hulpverlener samen met de jongere en zijn ouders of verzorgers op zoek naar oplossing voor het probleem. Het programma Pak Je Kans richt zich op kansen van jongeren, als dreigingen op de loer liggen. De hulp is kortdurend, met een maximum van drie maanden. Binnen drie maanden is, leert de ervaring, het grootste probleem meestal verholpen. Als dat niet lukt, wordt een verwijzing naar intensievere hulp gerealiseerd.
    
De signalen op grond waarvan de politie jongeren in 2007 heeft aangemeld voor het programma zijn zeer divers, onder te verdelen in vier categorieën: signaalgedrag (als hinderlijk rondhangen of kattenkwaad), strafbare feiten (als vandalisme of erger), geweld in huiselijke kring of slachtofferschap (als gepest worden of seksueel geïntimideerd). In 2007 zijn 687 screeningen uitgevoerd en hebben 446 jongeren een hulptraject doorlopen. De jongeren waren afkomstig uit 8 politiedistricten in de regio. Daarnaast zijn hulpverleners in actie gekomen om overlast van specifieke groepen jongeren te bestrijden.
Stand van onderzoek - Lieke van Domburgh, als onderzoekster verbonden aan het VUmc, afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie, doet op het symposium verslag van haar promotieonderzoek. Haar onderzoek richt zich op de risico- en beschermende factoren voor het al dan niet ontwikkelen van een verdere criminele carrière van kinderen die beneden de twaalf jaar voor het eerste met de politie in aanraking zijn gekomen. De voorlopige resultaten zijn neergelegd in een pilotstudie (2004). Het hoofdonderzoek zal in 2009 worden afgerond.
    
Lieke van Domburgh betoogt dat er voldoende wetenschappelijk bewijs is voor de stelling dat vroege politiecontacten een indicatie zijn voor „persisterend delinquent gedrag". Een deel van de kinderen die voor hun twaalfde levensjaar normovertredend gedrag vertonen zal later veel maatschappelijke schade berokkenen, zowel materieel als immaterieel. Er is echter nog weinig bekend over de samenstelling en grootte van de groep kinderen die onder de twaalf jaar voor het eerst met de politie in aanraking komt. Evenmin is bekend welk percentage van deze kinderen zal persisteren in dit delinquente gedrag. Het is van belang twee groepen, de „persisteerders" en de „niet-persisteerders", van elkaar te kunnen onderscheiden. Het gaat er, met andere woorden, om risicofactoren te herkennen zodat een zinvol onderscheid kan worden gemaakt tussen leeftijdsgebonden kattenkwaad en normoverschrijdend gedrag als eerste stap op weg naar een criminele carrière. Kennis over deze risicofactoren baant de weg voor „vroegdiagnostiek" en meetbaar-effectieve interventieprogramma's.
    
De omvang van normoverschrijdend gedrag onder jeugdigen laat zich vergelijken met een piramide: een brede basis, gevormd door een groep kinderen die wel eens pest, liegt of een diefstalletje pleegt. Aan de top van de piramide vind je de kleine groep van stelselmatige wetsovertreders, de harde kern van de jeugdcriminaliteit. Het „normale" probleemgedrag heeft zich bij hen ontwikkeld tot een gedragsstoornis en tot antisociaal gedrag.
    
In de literatuur zijn drie levenspaden („pathways"), routes van de basis van de piramide naar de top, te herkennen. Het eerste pad leidt van openlijke misdragingen, van lichte agressie naar vechtpartijen, waarop gewelddaden als beroving en verkrachting volgen. Het tweede pad loopt van heimelijk gedrag als spijbelen, van huis weglopen of winkeldiefstal naar het toebrengen van schade aan eigendommen en vormen van normovertredend gedrag als fraude en inbraak. Het derde pad leidt van autoriteitsconflicten op zeer jonge leeftijd naar halsstarrig en opstandig gedrag, ernstige ongehoorzaamheid en het vermijden van autoriteit door te spijbelen of van huis weg te lopen. Dit gedrag kan leiden tot een ontwikkeling langs de lijnen van pad één of twee (Loeber e.a., 2001).
    
Lieke van Domburgh schetst in haar lezing de contouren van haar onderzoek, gelet op de levenspaden die de „persisteerders" bewandelen, en ze geeft een inkijkje in de voorlopige resultaten. De definitieve conclusies zijn te verwachten in 2009. Het inzicht dat hiermee ontstaat in sociodemografische, ontwikkelingspsychologische en delictgerelateerde risicofactoren, levert kennis op voor verbetering van „vroegdiagnostiek" en voor effectieve interventieprogramma´s die voldoen aan de eisen van „evidence-based practice". Het belang hiervan blijkt afdoende uit de conclusie van literatuuronderzoek dat in het kader van de pilotstudie is uitgevoerd: vroegtijdige, adequate interventies bieden de beste kans op het bijtijds afbuigen van een criminele carrière.
    
Discussie - De discussie naar aanleiding van de presentatie van casuïstiek en de lezing spitst zich toe op de vraag naar het resultaat van interventieprogramma´s als Pak Je Kans. De kritische geluiden zijn samen te vatten als: hoe verhouden de doelstellingen en de goede bedoelingen van Pak Je Kans zich tot de harde praktijk van alle dag, gelet op de maatschappelijke en emotionele schade die het gevolg is van jeugdcriminaliteit? De gemeenten die het programma financieren, zo wordt benadrukt, zien graag dat jeugdcriminaliteit een halt wordt toegeroepen en dat aantoonbaar resultaat wordt geboekt op grond van harde cijfers. Is de aanpak van Pak Je Kans niet te „soft" en waarom ontbreekt bewijs voor effectiviteit, gemeten aan de hand van cijfers over recidive?
    
In de discussie komen drie aspecten nader aan bod. Ten eerste worden recidivecijfers besproken. Meting van recidive door de politie blijkt niet eenvoudig en werd in het verleden door technische hindernissen gedwarsboomd. Bovendien worden vraagtekens geplaatst bij de betekenis van recidive voor toetsing van effectiviteit van Pak Je Kans. De cruciale vraag is dan immers of vermindering van recidive is toe te schrijven aan de inzet van Pak Je Kans. Toch verdient het aanbeveling recidive te meten omdat het nuttige informatie oplevert, in beschrijvende zin, over de ontwikkeling van jongeren.
Ten tweede wordt gewezen op het belang van „evidence-based practice". Aantoonbaar effectieve programma's zijn niet beschikbaar, terwijl de behoefte hieraan groot is. Om te komen tot „evidence-based practice" is, zo blijkt onder meer uit de pilotstudie van Lieke van Domburgh, nog een lange weg te gaan. Van het hoofdonderzoek mag verwacht worden dat het een deugdelijk instrument voor vroegdiagnostiek oplevert en de weg vrijmaakt voor effectmeting. Hiermee wordt de basis voor „evidence-based practice gelegd.
    
Valt er dan niets te zeggen over effectiviteit, in afwachting van onderzoek dat nog moet worden opgezet of afgerond? Het laatste aspect dat aan de orde komt is de werkzaamheid van Pak Je Kans. Op het niveau van interventieprogramma's is nog een weg te gaan; op het niveau van de cliënt is echter meer te zeggen. Vanzelfsprekend wordt planmatig en doelgericht gewerkt. Zo worden doelen altijd SMART geformuleerd, wat wil zeggen: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. Bovendien wordt steeds gezocht naar „practice-based evidence" en gewerkt met de zogenoemde „wat-werkt"-principes zoals opgesteld door het Nederlands Jeugdinstituut. Tot slot sluit de methodiek van Pak Je Kans nauw aan op de „wraparound" benadering, zoals doorHermanns (2007) toegelicht in Jeugdbeleid. Hiermee is echter niet gezegd dat resultaat in casuïstiek, gericht op het probleem van de ene cliënt, zonder meer kan worden „vertaald" naar effectiviteit bij het bestrijden van schade door een groep.
    
Ter afsluiting van de discussie wordt benadrukt dat Pak Je Kans druk doende is het programma en de methodiek te beschrijven. De beschrijvingen zullen in de loop van 2009 worden voorgelegd aan de Erkenningscommissie Jeugdinterventies voor een onafhankelijke beoordeling van de kwaliteit van het programma. Resultaten zullen te zijner tijd openbaar worden gemaakt voor professionals, beleidsmakers en financiers.
    
Tot slot - Jeugdcriminaliteit kan gezien worden als een voorspeller van criminaliteit in de toekomst en van een hoop maatschappelijke ellende; Jeugdcriminaliteit kan ook gezien worden als een aanknopingspunt voor snelle actie om vervolgschade en naderend onheil af te wenden. Onderzoek leert, zo werd duidelijk uit de lezing van Lieke van Domburgh, dat vroeg en adequaat interveniëren de beste kansen biedt een criminele carrière af te buigen. De kritische geluiden die tijdens het symposium ook klonken, met name waar het wetenschappelijk onderzoek naar effectiviteit van interventieprogramma´s betrof, vormen een aanmoediging en een uitdaging om, door onderzoek en praktijk nauwer met elkaar te verbinden, te komen tot „evidence-based practice". Er is nog een weg af te leggen.
    
Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. In afwachting van nadere uitkomsten zetten de medewerkers van Pak Je Kans zich in, naar de beste inzichten van dit moment, voor jeugdigen die het verkeerde pad dreigen te kiezen. Optimisme en doorzettingsvermogen zijn nodig om routes te verleggen, nieuwe paden te bewandelen en kansen te grijpen, geruggensteund door voortschrijdend inzicht uit onderzoek. Wie de toekomst als tegenwind aanvaardt, loopt in de verkeerde richting!
    
Geraadpleegde literatuur
Domburgh, L. van, Th. A.H. Doreleijers, R. Vermeiren, J.W. Veerman, W.Ph. Stol, R.A.R. Bullens (2004). Zeer jeugdige ‘delinquenten’ in Nederland: een zorgwekkende ontwikkeling? Pilotstudie naar de sociaal-demografische, ontwikkelingspsycho(patho)logische en delictgerelateerde kenmerken van door de politie geregistreerde twaalf-minners. Ministerie van Justitie: WODC.
    
Giessen, P. (1999). Laat me feesten; Het eeuwige misverstand over jongeren. Amsterdam: Uitgeverij Podium.
Loeber, R, J. Sergeant, N.W. Slot (2001). Ernstige en gewelddadige jeugddelinquentie; omvang, oorzaken en interventies. Utrecht: Bohn Stafleu van Loghum.
    
Hermanns, J. (2007). Jeugdbeleid op locatie, Jeugdbeleid, nummer 3, p. 163-166.
Jakobs, J., A. Cornelissens (2007). Voorlopig gehechte jongeren in Rotterdam getypeerd; Een dossieronderzoek om te komen tot begeleiding op maat. Arnhem: Bekerapport.
    
Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Databank Effectieve Jeugdinterventies. Utrecht: www.nji.nl
    ]]></description><pubDate>Mon, 06 Apr 2009 15:37:16 +0000</pubDate><link>http://www.humanitasjeugdhulpverlening.nl/site/content/symposium-pakjekans/</link><guid>http://www.humanitasjeugdhulpverlening.nl/site/content/symposium-pakjekans/</guid></item><item><title><![CDATA[Humanitas zoekt ervaren opvoeders]]></title><description><![CDATA[  Vacature voor vrijwilligers.  
    
Humanitas Home-Start vraagt ervaren opvoeders om Rotterdamse ouders met jonge kinderen te ondersteunen. Hieronder vindt u nadere informatie over het uitdagende vrijwilligerswerk. 
    

Home-Start biedt door middel van vrijwilligers ondersteuning, praktische hulp en vriendschap aan ouders met jonge kinderen tot en met 6 jaar. De gezinnen geven zélf aan op welke gebieden zij meer steun wensen: hun vragen staan centraal. 
    
  Een Home-Start vrijwilliger:  
    
*  
biedt ondersteuning, praktische hulp en vriendschap;
    
 *  
bezoekt gezinnen in hun eigen huis, waar de waardigheid en de identiteit van ieder individu gerespecteerd en beschermd worden;
    
 *  
maakt ouders duidelijk dat het niet ongewoon is dat opvoeden soms moeite kost en benadrukt de plezierige kanten van het gezinsleven;
    
 *  
bouwt een relatie op met de gezinsleden waarin begrip voor elkaar bestaat en een ieder tijd neemt voor een ander;
    
 *  
hanteert een flexibele benadering bij het omgaan met verschillende behoeftes en situaties;
    
 *  
versterkt de eigen kracht van de ouders en het emotionele welzijn van hun kinderen;
    
 *  
moedigt gezinsleden aan hun sociale netwerk uit te breiden en gebruik te maken van bestaande ondersteuningsstructuren en beschikbare voorzieningen.
    
*
    
De gemiddelde ondersteuningsduur van een Home-Start contact tussen vrijwilliger en gezin bedraagt negen maanden. Er is een intensief contact van gemiddeld 3,5 uur per week. In totaal gemiddeld 126 uur per ondersteuning. Een vrijwilliger heeft dan ook meestal maar één gezin tegelijk om te ondersteunen.
    
  Wij bieden:   
    
 *  
een voorbereidingscursus individuele begeleiding van de Home-Start coördinatoren.
    
 *  
Begeleiding door de Home-Start coördinatoren.
    
 *  
regelmatige vervolgbijeenkomsten, waar allerlei thema’s besproken worden en ruimte is voor uitwisseling van ervaringen. De thema’s worden vaak georganiseerd in samenwerking met het lokale netwerk. Een vast thema is signalering van kindermishandeling en de procedure daarvan.
    
*
    
  Wij vragen:  
    
 *  
ervaring met opvoeding van kinderen.
    
 *  
in het kader van het vrijwilligersbeleid van Humanitas wordt vrijwilligers gevraagd twee referenties op te geven en een bewijs van goed gedrag te overleggen voor aanvang van de werkzaamheden.
    ]]></description><pubDate>Mon, 06 Apr 2009 14:23:10 +0000</pubDate><link>http://www.humanitasjeugdhulpverlening.nl/site/vacatures/humanitas-zoekt-ervaren-opvoeders/</link><guid>http://www.humanitasjeugdhulpverlening.nl/site/vacatures/humanitas-zoekt-ervaren-opvoeders/</guid></item><item><title><![CDATA[Flexusjeugdplein]]></title><description><![CDATA[  Flexusjeugdplein  
  
  www.jeugdplein.eu  ]]></description><pubDate>Thu, 06 Nov 2008 13:49:46 +0000</pubDate><link>http://www.humanitasjeugdhulpverlening.nl/site/links/flexusjeugdplein/</link><guid>http://www.humanitasjeugdhulpverlening.nl/site/links/flexusjeugdplein/</guid></item><item><title><![CDATA[JIP Rotterdam]]></title><description><![CDATA[  JIP Rotterdam  
  
  www.jip.org/rotterdam  ]]></description><pubDate>Thu, 06 Nov 2008 13:45:02 +0000</pubDate><link>http://www.humanitasjeugdhulpverlening.nl/site/links/jip-rotterdam/</link><guid>http://www.humanitasjeugdhulpverlening.nl/site/links/jip-rotterdam/</guid></item><item><title><![CDATA[Stichting Welzijn Feijenoord]]></title><description><![CDATA[  Stichting Welzijn Feijenoord  
  
  www.swf.nl  ]]></description><pubDate>Thu, 06 Nov 2008 13:39:33 +0000</pubDate><link>http://www.humanitasjeugdhulpverlening.nl/site/links/stichting-welzijn-feijenoord/</link><guid>http://www.humanitasjeugdhulpverlening.nl/site/links/stichting-welzijn-feijenoord/</guid></item></channel></rss>
